Afbeelding
29 apr 19
29 apr 19
Ever closer union? Niet alleen omdat het moet, maar ook omdat het kan!

Afgelopen week werd in de Tweede Kamer een motie aangenomen, die oproept het streven naar 'an ever closer union' uit de EU-Verdragen te schrappen. Volgens het nieuwsbericht blijkt de zinsnede 'an ever closer union' in het Verdrag van Lissabon door uitspraken van het Hof van Justitie een aanjager te zijn van alsmaar meer Europeanisering.

Dat is een wonderlijke gedachte, die vooral wantrouwen uitdrukt.
Alsof de 28 lidstaten, de Europese Commissie en het Europees Parlement zich laten 'aanjagen' door die ene zinsnede. In de praktijk blijkt het ook niet te werken, aangezien de lidstaten zo langzamerhand op bijna àlle terreinen elke vooruitgang blokkeren. Of het nu gaat om asiel- en migratiebeleid, de digitale interne markt, een digitaks voor tech-giganten, de anti-discriminatierichtlijn, privacybescherming, het volmaken van de bankenunie of een gezamenlijke lijn ten opzichte van China... en dan moet de zeven-jaarlijkse ruzie over de Europese begroting nog beginnen.

Erg veel jaagt die 'ever closer union' dus niet aan.
Het tegendeel is waar: romantisch nationalisme heeft de plaats ingenomen van nuchter Europees pragmatisme. Liever dagdromen we nostalgisch over de Grootsheid van de Natiestaat, dan gewoon de mouwen oprollen en de werkelijkheid in de ogen kijken.

Niet de gewraakte zinsnede heeft Europese eenwording aangejaagd, noch het Europese Hof van Justitie. Nee, het is de confrontatie met de werkelijkheid die ons, Europeanen, naar elkaar drijft. 'Ever closer', dus. Omdat we in de wereld van nu sterker staan mét elkaar. Europa werd 'ever closer' om het hoofd te bieden aan de financiële crisis en de vluchtelingenstromen. Om het eens gedeelde continent te herenigen en zo veiligheid en stabiliteit te garanderen. Eenwording wordt aangejaagd door de opkomst van Trump en China, en door de Brexit. Op het internet raken vanzelf met elkaar verknoopt, en meer verbonden dan door het milieu op onze gedeelde planeet is niet mogelijk.

Kortom: 'ever closer' is geen keuze van binnenuit, maar een reactie op uitdagingen van buitenaf. Als die uitdagingen steeds groter worden, is een ferm besluit tot mínder eenwording nogal onnozel.

Ja, er zijn verschillen tussen Europeanen en tussen de nationale systemen en tradities. Maar laten we nuchter blijven: die verschillen vallen in de praktijk nogal mee. Zeker in de wereld van Trump, Poetin, Xi, Facebook of Huawei, zijn onze gemeenschappelijke belangen groter dan onze afzonderlijke belangen, en vooral: onze gemeenschappelijke waarden sterker dan onze verschillen. Terwijl wij Europeanen onderling kibbelen en met een vergrootglas de verschillen met de 'ander' zoeken, glimlachen de Chinezen tevreden, en juicht Trump over het zwakke Europa. Een zwakker Europa maakt de natiestaat niet sterker – integendeel: een sterk Europa is de beste bescherming voor onze staten.

In de wereld van nu is een beetje vrijblijvend samenwerken tussen regeringen volstrekt onvoldoende, en bovendien is die methode vastgelopen in het zand. We hoeven niet bang te zijn voor onze eigen schaduw. Het Europa waar we nu in leven, hebben we zelf opgebouwd. We mogen een beetje vertrouwen hebben in onszelf en ons vermogen samen als Europeanen een gemeenschap te vormen.

Laten we het gewoon weer hardop zeggen: we streven naar an ever closer union, naar Europese eenwording. Laten we ook die andere zin uit de Verdragen weer gebruiken: wij Europeanen hebben een gemeenschappelijke lotsbestemming. Samen.

print